Hoe je als vrijgezel het zelfvertrouwen opbouwt dat jij je prima kunt redden, zelfs tijdens onverwachte of oncomfortabele gebeurtenissen

 

 
 
 
Als vrijgezel moet je het uiteindelijk toch in je eentje zien te redden, zonder dat je daarbij kunt terugvallen op een partner. Hoeveel adviezen, steun of hulp je daarbij misschien ook van je omgeving krijgt.
Dat lukt jou alleen maar als je genoeg vertrouwen hebt dat je dat zelf (met vallen en opstaan) voor elkaar krijgt: anders ontmoedig je jezelf al voordat je bent begonnen, trek je jezelf steeds in twijfel, en geef je jezelf regelmatig op je kop dat je het niet goed genoeg of niet snel genoeg doet.
Genoeg zelfvertrouwen is dan ook een noodzakelijke voorwaarde om zelfredzaam te kunnen zijn als vrijgezel!

Maar hoe bouw je dat zelfvertrouwen eigenlijk op?
Nou, door het onderscheid te leren maken tussen dingen die je zelf niet kunt veranderen en dingen waar je zelf juist wel invloed op hebt.
Elke gebeurtenis (hoe oncomfortabel, ingewikkeld, hefig of ingrijpend ook) bestaat uit aspecten waar je geen invloed op hebt en uit aspecten waar je wel degelijk (een kleine) invloed op hebt.
Staar jij je blind op de onveranderlijke aspecten van een gebeurtenis, dan voel jij je een slachtoffer van de situatie: je voelt je machteloos, raakt gefrustreerd, raakt verbitterd, probeert wraak te nemen, of wacht de rest van je leven totdat een bepaald iemand eindelijk tot inkeer komt en zijn of haar excuses aanbiedt.
Richt jij je daarnaast ook op de beïnvloedbare aspecten van een gebeurtenis, dan krijg je hoop, ga je meer in je kracht staan, zie je steeds meer mogelijkheden om met de gebeurtenis om te gaan, en voel je meer en meer innerlijke rust.

Over het algemeen heb je geen invloed op mensen en dingen in je buitenwereld.
Een stoplicht springt bijvoorbeeld gewoon op rood, of je dat nou wel of niet wil. Mensen zijn zoals ze zijn: ze veranderen alleen maar als ze daar zelf achter staan. Kijk bijvoorbeeld maar naar (je) kinderen.
En op alles wat er in je verleden gebeurd is, heb je ook geen enkele invloed meer: je kunt je verleden niet meer terugdraaien of ongedaan maken.
Dingen en mensen die je niet (meer) kunt veranderen, kun je alleen nog maar leren accepteren. Daarmee bedoel ik: leren aanvaarden dat ze zijn zoals ze zijn, en dat ze een gegeven (een feit) zijn, hoeveel pijn dat jou misschien ook doet.
In plaats van te blijven ontkennen dat ze zo zijn, tegen beter weten in te blijven hopen dat ze alsnog veranderen, je maar te blijven verzetten tegen hoe ze zijn, jezelf of de ander maar verwijten te blijven maken, of maar te blijven fantaseren over hoe het anders had kunnen gaan.

Gebeurd is gebeurd, punt.
Maar gelukkig zijn er altijd ook nog wel aspecten waar je wel degelijk invloed of grip op hebt.
In ieder geval de manier waarop je zelf met de gebeurtenis omgaat.
Je kunt er namelijk voor kiezen om:

  • Jezelf een luisterend oor te bieden
  • Jezelf met raad en daad bij te staan
  • Jezelf de tijd en ruimte te geven om de gebeurtenis te verwerken
  • Onderscheid te maken tussen wat er feitelijk gebeurd is en hoe jij dat zelf interpreteert (we vullen zelf meer dingen in dan we denken)
  • Niet alleen te kijken naar wat er misging maar ook naar wat er goed ging
  • Niet alleen naar de nadelen te kijken maar ook naar de (kleine) voordelen
  • Jezelf het gebeuren niet onnodig persoonlijk aan te trekken
  • Jezelf niet onnodig de schuld te geven
  • Niet tegen jezelf te keer te gaan
  • Na te gaan welke behoeftes van jou door het gebeuren niet vervuld zijn (door deze onvervulde behoeftes voel jij je onprettig)
  • Andere manieren te zoeken om je onvervulde behoeftes alsnog te vervullen (hierdoor ga je eerder oplossingen en veranderingen aantrekken)
  • Ook naar je eigen aandeel in het gebeuren te kijken (dat plaatst alles meer in perspectief)
  • Het gebeuren ook door de ogen van de ander(en) te bekijken (dat neemt onnodige verwijten weg)
  • Te kijken op welke andere manieren je eveneens tegen het gebeuren aan zou kunnen kijken (daardoor krijg je meer zicht op nieuwe mogelijkheden en oplossingen)
  • Te kijken wat je van het gebeuren kunt leren
  • Te kijken welke nieuwe dingen je door dit gebeuren over jezelf te weten bent gekomen (tijdens onprettige gebeurtenissen leer je weer een hele andere kant van jezelf kennen dan tijdens prettige gebeurtenissen)
  • Te kijken in hoeverre je dit gebeuren zelf hebt aangetrokken (wat we uitstralen, bepaalt welke mensen en gebeurtenissen er op ons pad komen)

Daarnaast kun je er ook altijd nog voor kiezen hoe je in je buitenwereld gaat reageren op het gebeuren (wat je precies gaat zeggen en doen):

  • Geef je aan wat het gebeuren met je doet (hoe jij je daarbij voelt)?
  • Geef je aan waar je behoefte aan hebt?
  • Probeer je het gebeuren uit te praten?
  • Probeer je een gezamenlijke oplossing te vinden?
  • Kom je voor jezelf op?
  • Geef je jouw grenzen aan?
  • Trek je een streep “Tot hier en niet verder”?
  • Ga je dingen doen om de schade te beperken?
  • Ga je dingen doen om herhaling te voorkomen?
  • Ga je ervoor zorgen dat dit minder vaak kan gebeuren?
  • Ga je kijken wat je kunt doen om dit gebeuren de volgende keren draaglijker voor jezelf te maken?
  • Ga je met iets of iemand stoppen (bijvoorbeeld een andere afdeling, een ander bedrijf, een ander huis of een andere woonplaats)?
  • Ga je dingen op een andere manier aanpakken? Zolang je dingen op dezelfde manier blijft doen, houd je dezelfde soort resultaten en uitkomsten.
  • Ga je steun, hulp, advies of een luisterend oor zoeken bij anderen?
  • Richt jij je meer op je mogelijkheden en je kansen, in plaats van je steeds te laten weerhouden door de risico’s, gevaren en bedreigingen?

Dus je ziet het: er zijn hoogstwaarschijnlijk veel meer mogelijkheden dan je denkt als je jezelf alleen probeert te redden, en daarbij tegen onverwachte of oncomfortabele gebeurtenissen aanloopt.
En hoe meer van deze mogelijkheden je in de loop van de tijd leert te zien, hoe meer uitzicht op verandering je in dat soort situaties gaat krijgen, hoe hoopvoller en daadkrachtiger je wordt, en hoe meer vertrouwen je krijgt dat jij jezelf prima alleen kunt redden …
 

Hoe jouw tijdrovende en oncomfortabele gevoelens je veel tijd kunnen besparen en jouw leven een stuk comfortabeler kunnen maken

 

 
 
 
Aandacht aan je gevoelens (emoties) besteden kan op het eerste gezicht veel tijd kosten en daarom tijdsverspilling lijken.
Bijvoorbeeld als je tegenzin of weerstand voelt terwijl je bezig bent met verplichtingen. Als je een bepaald doel wilt bereiken, en je door je gevoelens niet meer doelgericht en efficiënt kunt zijn. Als je wilt achterhalen hoe iets zit, en je door je gevoelens niet meer objectief kunt zijn en niet meer helder kunt nadenken. Of als je een beslissing wilt nemen, en je door je gevoelens maar blijft twijfelen of je maar niet aan je voornemens kunt houden.
Ook vind je veel gevoelens waarschijnlijk oncomfortabel, en zit je er alleen daarom al niet echt op te wachten om lang bij je gevoelens stil te staan. Bijvoorbeeld als je plezier wilt maken, of als je dingen voelt die bij de mensen om je heen voor onrust, conflicten of afwijzing kunnen zorgen.

 
Het kan daarom lijken alsof je alleen maar last hebt van je gevoelens (emoties): ze vertragen je, ze belemmeren je en ze zorgen er ook nog eens voor dat jij je oncomfortabel voelt.
En je zou dan ook zeggen dat je dus beter maar helemaal geen aandacht meer aan je gevoelens kunt besteden: als je ze negeert, onderdrukt of ontkent, dan functioneer je alleen maar beter.
Toch is het bijzondere juist dat jouw op het oog tijdrovende gevoelens je heel veel tijd kunnen besparen. En dat jouw op het oog oncomfortabele gevoelens er juist voor kunnen zorgen dat je leven een stuk comfortabeler wordt!

 
Jouw gevoelens (emoties) zijn namelijk een gevoelige graadmeter (gevoelige waarschuwingslampjes) die aangeven hoe goed jij op dat moment jouw behoeftes bevredigt.
Voel jij je comfortabel, dan zijn op dat moment al jouw behoeftes bevredigd.
Voel jij je oncomfortabel, dan zijn op dat moment een of meer behoeftes nog niet bevredigd. Een behoefte is iets wat je wilt én nodig hebt, wat je niet vast kunt pakken, en wat je in 1 à 2 woorden kunt samenvatten, zoals: liefde, plezier, succes, harmonie, ontspanning, stabiliteit, rust, afwisseling, echtheid, onafhankelijkheid, veiligheid, kracht, waardering, bevestiging, steun, gezien worden, gehoord worden, begrepen worden, erkend worden, ertoe doen en nodig zijn.

 
Hoe meer behoeftes van jezelf je weet te bevredigen, hoe gelukkiger jij je voelt. En je kunt je behoeftes uiteraard pas vervullen, zodra je weet wat je behoeftes zijn.
Maar hoe kom je er nou achter welke behoeftes je precies hebt?
Nou, door duizenden uren lang boeken te lezen, cursussen te volgen, ingewikkelde stappenplannen te volgen, jezelf binnenste buiten te keren en te mediteren!
Nee hoor, ik zit je maar wat te plagen 😉
Het goede nieuws is namelijk juist dat je al deze dingen NIET nodig hebt om al je behoeftes te ontdekken.
Het is al genoeg om in de gaten te houden wat je voelt, en om jezelf bij elk gevoel nieuwsgierig af te vragen wat je op dat moment nodig hebt!
Ben je boos, dan wil je over het algemeen minder beïnvloed worden, en meer invloed, controle of macht hebben. Ben je bang, dan wil je over het algemeen meer duidelijkheid of zekerheid hebben. Voel jij je beschaamd, dan wil je over het algemeen meer waardering of minder afwijzing. En ben je verdrietig, dan mis je over het algemeen iets wat je kwijtgeraakt bent, of iets wat je tot nu toe nog te weinig hebt ervaren.

 
Goed letten op wat je voelt, is in mijn ervaring de allersnelste manier om te ontdekken wat je behoeftes zijn: veel sneller (en goedkoper!) dan bijvoorbeeld boeken lezen, cursussen volgen, stappenplannen volgen, jezelf binnenste buiten keren of mediteren!
Hoe eerder je weet wat je behoeftes zijn, hoe sneller je ze kunt bevredigen, en hoe sneller je een comfortabeler leven kunt gaan leven. En na elke behoefte die je weet te bevredigen, voel jij je sowieso comfortabeler.
Die op het oog tijdrovende en oncomfortabele gevoelens van jou zijn dus toch zo slecht nog niet hè 😉 !
Want dankzij hen ben je nu juist in de gelegenheid om zo snel mogelijk je behoeftes te ontdekken en te bevredigen, en om zo snel mogelijk een comfortabeler leven te leiden …
 

Als we andere mensen helpen, doen we dat onbewust ook altijd om er zelf beter van te worden

 

 
 
 
Als we andere mensen helpen, dan geloven we graag dat we dat puur en alleen voor de ander doen.
Dat we puur en alleen uit liefde, genegenheid of medeleven klaar staan voor anderen, en omdat we het hen zo gunnen.

 
Maar helaas, we zijn geen van allen zo onbaatzuchtig als we denken, hopen en zouden willen: zelfs moeder Theresa was in werkelijkheid niet onbaatzuchtig.
Want hoe erg we een ander misschien ook onze hulp gunnen, we helpen onbewust ook altijd omdat we er zelf beter van worden: mensen helpen vervult altijd één of meer behoeftes van onszelf.
Het ‘bewijs’ hiervoor is het fijne en bevredigende gevoel dat we aan helpen overhouden. Zou mensen helpen geen enkele behoefte van ons bevredigen, dan voelden we na afloop geen enkele bevrediging, bleven we met een onbevredigend gevoel achter, en zouden we er voortaan geen tijd en geen energie meer aan besteden.

 
Op het eerste gehoor klinkt “zelf beter worden van anderen helpen” erg ‘egoïstisch’ en ‘fout’: alsof we mensen alleen maar uit eigenbelang helpen, en onze hulp daardoor geen enkele waarde heeft. En dit besef is nou ook niet echt goed voor ons zelfbeeld en voor onze eigenwaarde, want het liefst zijn we 100% onbaatzuchtig.
Maar gelukkig ligt het iets genuanceerder: we helpen anderen over het algemeen omdat we het hen gunnen én omdat het ons een fijn gevoel oplevert. En zag nou zelf, wat is er eigenlijk op tegen als niet alleen anderen, maar ook wijzelf baat hebben bij de hulp die we geven?

 
Vooral dit kan andere mensen helpen ons onbewust opleveren:

  1. Het gevoel dat we iets bijdragen, iets toevoegen, een verschil maken, iets betekenen of er toe doen.
  2. Het gevoel dat we iets te bieden hebben, capabel zijn of competent zijn.
  3. Plezier of genot.
  4. Het gevoel dat we iets bereiken, succes hebben of ergens in slagen.
  5. Het gevoel dat we iets goeds doen, verbetering brengen in een situatie, of de wereld weer iets beter maken.
  6. Meer energie.
  7. Gezelligheid.
  8. Creativiteit.
  9. Diepgang of verdieping in onze sociale contacten.

 

Bevrijd jezelf van alle verplichtingen in 3 eenvoudige stappen

 

 
 
 
Als vrijgezel ken je misschien wel het gevoel dat je (regelmatig/steeds) geleefd wordt: je moet op tijd naar bed, op tijd uit bed, op tijd eten en drinken, geld verdienen, boodschappen doen, koken, de afwas doen, dingen opruimen, je huishouden doen, je administratie doen, regelmatig contacten met andere mensen onderhouden (al dan niet via social media), jezelf schoonhouden, er steeds voor zorgen dat je er toonbaar uitziet, en regelmatig naar de wc.

 
Op zulke momenten heb je het gevoel dat je bepaalde dingen móet doen, en dan meestal ook nog op een bepaald moment (over het algemeen: nu of vandaag) en/of op een bepaalde manier: “Ik moet nu de was opvouwen op mijn standaardmanier!”.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof de buitenwereld jou deze dingen oplegt en dicteert: je lichaam, je huis, de maatschappij, je baas, de mensen om je heen enzovoort.
Maar in werkelijkheid ben jíj altijd zelf degene die jou deze dingen oplegt.
Want of mensen nou hoog of laag springen, en met wat ze ook dreigen, je bepaalt altijd zelf of, wanneer en onder welke voorwaarden je “Ja” zegt tegen hun verwachtingen/eisen. En in veel gevallen vul jij zelf in dat mensen dit of dat wel van jou zullen verwachten/eisen, zonder dat je bij hen checkt of dat wel echt zo is.
Moet je iets van jezelf wat niet door iemand anders verwacht of geëist wordt, dan verwacht of eis je het van jezelf. En zodra je die eis of verwachting van jezelf laat vallen, zie je iets niet meer als verplichting.

 
Zo is geld verdienen (via werk of via een uitkering met sollicitatieplicht) iets waar je in deze maatschappij niet aan ontkomt. Maar zelf heb je “Ja” gezegd tegen die baan bij dat bedrijf. En binnen je werk heb je vaak toch nog (enige) vrijheid/speelruimte: zelf (een deel van) je werkdag indelen, zelf bepalen hoe je opgelegde taken uitvoert, flexibele werkuren, thuis werken, keuze tussen ochtend-/middag-/avond-/nachtdiensten, vrije tijd kopen en/of minder uren werken. Bij een sollicitatieplicht voor je uitkering bepaal je zelf wanneer, hoe lang achter elkaar, bij welke bedrijven, op welke manier en hoe grondig/uitgebreid/serieus je solliciteert.
Aan het huishouden, boodschappen doen, afwassen, opruimen, eten bereiden en je administratie ontkom je ook niet. Maar je bepaalt zelf hoe vaak, hoe lang achter elkaar, wanneer, op welke manier en hoe grondig/uitgebreid je dat doet.
Dingen als eten, drinken en naar de wc gaan kun je vaak nog wat uitstellen, want de drang of noodzaak wordt meestal langzaam groter. En bij jezelf wassen/douchen en jezelf toonbaar maken bepaal je zelf hoe vaak, hoe lang achter elkaar, wanneer en hoe grondig/uitgebreid je dat doet.

 
Soms leg je jezelf bepaalde dingen op om een reden waar je zelf achter staat en in dat geval kun je er gewoon mee doorgaan.
Maar vast en zeker doe je dat ook vaak zonder reden of om een reden die als je wat beter kijkt niet blijkt te kloppen. En in dat geval maak je jouw vrijgezellenleven een stuk prettiger door die verplichtingen lekker te laten vallen, zodat je opluchting, en meer rust, ruimte, vrijheid en ontspanning, voelt.
Hier zijn 3 stappen waarmee je kunt ontdekken of een verplichting iets is wat je jezelf onnodig oplegt en dus kunt loslaten, of iets waar je zelf echt achter staat:

 

Stap 1: Vraag jezelf “Moet ik dit van mezelf of van een ander?”

Zodra je met een verplichting geconfronteerd wordt, denk je meestal alleen nog bij jezelf dat het moet. Zonder jezelf af te vragen van wíe dat eigenlijk moet. Moet het van jezelf, omdat je er zelf achter staat, er behoefte aan hebt of denkt dat het jou iets oplevert? Of moet het niet van jezelf, maar van iemand uit je heden of verleden zoals je (al dan niet nog levende) ouders of docenten, of volgens een regel, procedure, voorschrift, religie, levensbeschouwing of cultuur?
Levert deze verplichting jou niets op (ook geen goedkeuring van anderen), en doe je het alleen maar omdat het nou eenmaal zo hoort, omdat je het nou eenmaal zo gewend bent, omdat ‘iedereen’ om je heen het ook doet, of omdat het nu eenmaal traditie is, laat de verplichting dan los: het dient je niet (meer) en levert je alleen maar stress op.
Als je er zelf wel achter staat, er behoefte aan hebt of denkt dat het jou iets oplevert, ga dan naar de volgende stap.

 

Stap 2: Vraag jezelf “Wat levert het mezelf in het allerbeste geval op als ik dit wel doe?” en “Wat kan er in het allerergste geval gebeuren als ik dit nooit meer doe?”

Als deze verplichting iets is wat je zelf echt nodig vindt en niet iets wat je van anderen overgenomen hebt, kijk dan of het echt zo nodig en belangrijk is als je dacht, en stel jezelf deze 2 vragen.
Kun je niets bedenken wat deze verplichting jou in het allerbeste geval oplevert, of wat het jou in het allerergste geval kost als je het nalaat, laat de verplichting dan los: het dient je niet (meer) en levert je alleen maar stress op.
Kun je wel het grootste voordeel als je het wel doet bedenken en/of het grootste nadeel als je het niet meer doet, kijk dan of dat voordeel en dat nadeel echt zo groot zijn dat jij jezelf daarvoor zo moet opjagen en zo onder druk moet zetten (bijvoorbeeld bij altijd een dop op de tandpasta doen).
Zijn het voordeel en het nadeel kleiner dan je stress, laat de verplichting dan los, zodat je meer rust, ruimte, vrijheid en ontspanning voelt.
Weegt het voordeel of het nadeel wel op tegen je stress, en moet dit in jouw ogen echt gebeuren, ga dan naar de volgende stap.

 

Stap 3: Vraag jezelf “Wat levert het mezelf in het allerbeste geval op als ik dit nu of op deze manier doe?” en “Wat kan er in het allerergste geval gebeuren als ik dit op een ander tijdstip of op een andere manier doe?”

Als deze verplichting iets is wat echt een keer moet gebeuren, kijk dan of het echt zo dringend en vastomlijnd is als je dacht, en stel jezelf deze 2 vragen.
Kun je niets bedenken wat deze verplichting jou in het allerbeste geval oplevert als je het nu of op deze manier doet, of wat het jou in het allerergste geval kost als je het een andere keer of op een andere manier doet, laat de verplichting dan los: het dient je niet (meer) en levert je alleen maar stress op.
Kun je wel het grootste voordeel als je het nu of zo doet bedenken en/of het grootste nadeel als je het niet nu of niet zo doet, kijk dan of dat voordeel en dat nadeel echt zo groot zijn dat jij jezelf daarvoor zo moet opjagen en zo onder druk moet zetten (bijvoorbeeld nu afwassen).
Zijn het voordeel en het nadeel kleiner dan je stress, laat de verplichting dan los, zodat je meer rust, ruimte, vrijheid en ontspanning voelt.
Weegt het voordeel of het nadeel wel op tegen je stress, en is dit iets wat echt nu en echt op deze manier moet gebeuren. En dus ook iets wat je nu graag wilt en dus geen verplichting meer! Ga het dan gewoon doen en kijk eventueel wat je nog kunt bedenken om het leuker te maken (bijvoorbeeld een lekker muziekje opzetten, en eventueel wat dansen 🙂 , tijdens het strijken) …
 

Hoe je conflicten veroorzaakt door niets te zeggen en niets te doen wat conflicten kan veroorzaken

 

 
 
 
Als je onder mensen bent, is het altijd even oppassen wat je zegt en wat je doet. Want wat je zegt en wat je doet kan onbedoeld verkeerd uitgelegd worden of verkeerd vallen.
Vooral als je vertelt wat je voelt, vindt, wilt of denkt. En vooral als je iets wat jij doet of wilt, belangrijker maakt dan wat andere mensen doen of willen.
Het veiligste is dan ook om je binnenwereld zo min mogelijk te delen en om voor zo min mogelijk dingen te gaan.
Want hoe minder je zegt en hoe minder je doet, hoe minder conflicten je kunt krijgen. Toch?

 
Ja, dat zou je inderdaad zeggen hè.
Maar vreemd genoeg is het tegendeel waar!
Hoe minder je zegt en hoe minder je doet, hoe onzichtbaarder je wordt voor de mensen om je heen.
in eerste instantie vinden mensen dat wel prettig en makkelijk: je lijkt altijd stilzwijgend akkoord te gaan met alles wat zijzelf voorstellen, willen en vinden, en dus helemaal achter hen te staan.
Maar op een gegeven moment beseffen ze dat er iets niet klopt. Want iedereen heeft de hele dag door gevoelens, meningen, verlangens, gedachten en doelen. Jij hebt ze dus ook, zo weten ze. En tegelijkertijd merken ze dat jij er met geen woord over rept.
Daarnaast zijn er ook situaties waarin ze graag even willen weten wat jij voelt, vindt, wilt of denkt over iets. Zodat ze rekening met je kunnen houden, feedback krijgen of ze zelf wel op de goede weg zijn, door jouw kijk zelf op nieuwe ideeën komen, of een gezamenlijk probleem kunnen oplossen.

 
Door jouw gebrek aan profiel en aan zichtbaarheid worden ze onrustiger en onrustiger. Blijkbaar is er iets aan de hand, waardoor jij je in hun gezelschap in stilzwijgen hult. Vind jij het niet fijn om in hun gezelschap te zijn? Vertrouw jij hen niet? Hou jij misschien bewust wat achter? Of heb jij zelfs een verborgen agenda? Ze beginnen te piekeren, en krijgen maar geen grip op je.
Door die groeiende onrust worden ze steeds kriegeliger.
Ze gaan jou steeds meer vragen wat je voelt, vindt, wilt en denkt. Als dat niet helpt, gaan ze in jouw ogen irritante dingen zeggen of doen om bij jou een reactie uit te lokken. En levert dat niets op, dan worden ze boos.
En daar heb je ineens het conflict dat je juist dacht te kunnen voorkomen, door niets te zeggen en niets te doen wat conflicten kan veroorzaken!
 

Van alleen op jezelf vertrouwen of alleen op andere mensen vertrouwen naar: op jezelf én op anderen vertrouwen

 

 
 
 
Eén deel van jou (je Krachtige Ik) is ervan overtuigd dat je maar beter op jezelf kunt vertrouwen: mensen maken misbruik van je zwakke punten, of benadelen jou, zodra ze de kans krijgen. En een ander deel van jou (je Beschermende Ik) is er juist van overtuigd dat je maar beter op andere mensen kunt vertrouwen: samen sta je sterk en andere mensen hebben ervaring met gebeurtenissen die voor jou nog (gedeeltelijk) onbekend zijn.

 
Tot nu toe heb je in jouw (vrijgezellen)leven hoogstwaarschijnlijk maar naar 1 van deze 2 delen in jezelf geluisterd.
Óf je doet alles zoveel mogelijk zelf en laat zo min mogelijk invloed van andere mensen toe. Met als gevolg dat jij je sterk, krachtig en autonoom voelt, en tegelijkertijd ook eenzaam, in de steek gelaten, uitgeput en overbelast.
Óf je vraagt geruststelling/bevestiging/advies/steun aan mensen om je heen, en zoekt houvast/duidelijkheid/stabiliteit/veiligheid in afspraken, (ongeschreven) regels, wetten, procedures, richtlijnen, een godsdienst, een levensbeschouwing of een levensfilosofie. Met als gevolg dat jij je gesteund, geaccepteerd en veilig voelt, en tegelijkertijd ook afhankelijk, sociaal verplicht, bang voor afwijzing en niet loyaal aan jezelf.

 
Zou het niet mooi zijn als je bij elke kleine of grote beslissing zelf kon kiezen of je op jezelf gaat vertrouwen of op andere mensen? Oftewel, naar welke van deze twee delen van jezelf jij op dat moment gaat luisteren?
Dat kan!
Het enige wat je daarvoor nodig hebt, is inzien en doorzien wat het verborgen belang is van je Krachtige Ik en je Beschermende Ik. Er is een reden waarom ze zich zo krampachtig vasthouden aan alleen maar op zichzelf of alleen maar op andere mensen vertrouwen! En zodra deze 2 Ikken beseffen wat de echte onderliggende reden is, gaan ze twijfelen of die reden wel terecht is, en beginnen ze ervoor open te staan om zowel op zichzelf als op andere mensen te vertrouwen.

 
Jouw Krachtige Ik wil zich de hele dag door sterk en krachtig voelen. En dat kan alleen door regelmatig grote uitdagingen aan te gaan en vaak de (woorden)strijd met andere mensen aan te gaan. Want pas als je geconfronteerd wordt met een grote uitdaging of met een krachtige tegenstander (iemand die tegenstand of een weerwoord geeft), moet je een beroep doen op je eigen kracht, en ontdek je of je sterk genoeg bent om die uitdaging of die tegenstander te overwinnen.
De (woorden)strijd met andere mensen aangaan lukt niet en heeft geen enkele zin als je vertrouwt op de goedheid van andere mensen. En dus maakt je Krachtige Ik jou de hele dag door wijs dat mensen het slecht met je voor hebben, en dat je de klos bent zodra je op hen vertrouwt. In plaats van jou aan te moedigen om eerlijk naar je intuïtie te luisteren of iemand wel of niet te vertrouwen is.
Door je Beschermende Ik meer ruimte te geven, merkt je Krachtige Ik dat er ook genoeg mensen zijn die jou wél geruststelling/bevestiging/advies/steun willen geven, dat het jou veel energie bespaart als je niet alles zelf hoeft te doen, en dat je altijd zelf in de gaten kunt blijven houden of mensen te vertrouwen zijn (door naar je intuïtie te luisteren, goed te luisteren naar wat mensen zeggen, goed door te vragen en hen desnoods uit te testen).

 
Je Beschermende Ik wil jou dolgraag beschermen tegen een pijnlijke afwijzing door de mensen om je heen en tegen het er niet meer bijhoren. Ze probeert dan ook continu te voorkomen dat je iets doet, zegt of nalaat wat verkeerd kan vallen bij andere mensen.
De veiligste manier die ze daarvoor kent is flexibel blijven: ervoor zorgen dat je loyaal blijft aan de mensen om je heen, en dat je in blijft spelen op hun (onuitgesproken) verwachtingen.
Jezelf flexibel aanpassen aan andere mensen lukt alleen zolang je jezelf niet teveel deelt en niet teveel profiel aannneemt: zolang je anoniem, onder de radar en onder het maaiveld blijft, en niet te zelfbewust wordt.
En om te garanderen dat jij jezelf niet teveel uit, niet teveel laat zien en niet te uitgesproken wordt, trekt ze al jouw opvattingen, meningen en behoeftes bij voorbaat in twijfel. Zodat jij te weinig zelfvertrouwen hebt om voor jezelf te gaan staan en om jouw grenzen aan te geven, en dus makkelijker mee kunt gaan in wat anderen van jou verwachten. In plaats van jou de ruimte te geven om je eigen opvattingen/meningen/behoeftes en de opvattingen/meningen/behoeftes van andere mensen tegen elkaar af te wegen.
Door je Krachtige Ik meer ruimte te geven, voelt je Beschermende Ik dat je sterker bent dan je zelf dacht, dat je sterk genoeg bent om met afwijzing om te gaan, en dat je dus gerust op jezelf kunt vertrouwen.
 

Hoe zelfredzaam jij bent, hangt af van hoeveel ruimte je jouw Verstandige Ik geeft

 

 
 
 
Jouw Verstandige Ik realiseert zich heel goed dat het voor jou als vrijgezel essentieel is om jezelf alleen te kunnen redden.
En dus zorgt ze ervoor dat jij voldoende van alles hebt om zelfredzaam te blijven: genoeg energie, tijd, ruimte, geld, middelen en kennis.

 
Ze stimuleert jou om genoeg te slapen, om alleen dingen te doen die weinig energie kosten, om efficiënt met je tijd om te gaan, om genoeg tijd voor jezelf te nemen, om zuinig met je geld om te gaan, om genoeg geld te sparen, om je koelkast, voorraadkasten en zolder gevuld te houden, en om te weten te komen hoe je dingen moet doen.

 
Ze beseft dat al deze dingen in de loop van de dag op kunnen raken, en dat jij dan aangewezen bent op de hulp van andere mensen om te overleven. En dat wil ze koste wat het kost voorkomen, want omgaan met mensen kost in haar ogen teveel energie, tijd en geld, en maakt jou te afhankelijk.
Daarom zorgt ze ervoor dat jij zo min mogelijk verspilt, door zich altijd goed op dingen voor te bereiden en dingen zo efficiënt mogelijk in te plannen.
Ook zorgt ze ervoor dat jij genoeg spullen in voorraad hebt voor als er dingen opraken (zoals levensmiddelen of batterijen), kapot gaan (zoals lampen) of nodig zijn (zoals gereedschap of boeken).

 
Geef je jouw Verstandige Ik te weinig ruimte, dan wordt ze onderactief: je hebt regelmatig een geldtekort, je bent gauw moe, je zit vaak in tijdsnood, je hebt steeds te weinig in huis, je neemt te weinig tijd voor jezelf, je weet niet goed hoe je dingen moet doen, of je moet vaak een beroep op andere mensen doen.

 
Geef je jouw Verstandige Ik teveel ruimte, dan wordt ze overactief: je gunt jezelf geen ruimte meer om spontaan dingen te doen, je kunt niet goed meer tegen verrassingen, je vindt dat mensen jou te vaak storen (je planning doorkruisen), je ontzegt jezelf teveel leuke dingen (zoals sport of een bioscoopfilm) omdat ze in jouw ogen teveel tijd/energie/geld kosten, je hebt uitpuilende boekenkasten of voorraadkasten, mensen om je heen vinden dat je te weinig tijd voor hen maakt, of mensen vinden je gierig.
 

Help jouw Presterende Ik om gas terug te nemen, zodat jij vaker succes hebt, meer innerlijke rust en plezier voelt, en dichter bij jezelf blijft

 

 
 
 
Jouw Presterende Ik wil graag al haar doelen bereiken.
En daar heeft ze een heel handig foefje voor: ze zorgt ervoor dat ze alleen haalbare doelen stelt. Want als ze bij voorbaat al weet dat een doel haalbaar is, dan haalt ze dat doel gegarandeerd en is succes dus verzekerd!

 
Het vervelende is alleen dat ze zichzelf daar tegelijkertijd ook bij tegenwerkt.
Want ze wil niet alleen AL HAAR doelen bereiken, maar ook ZOVEEL MOGELIJK doelen bereiken. En daardoor rekt ze de grenzen van “haalbaar” wat op: haalbaar wordt voor haar alles wat ze met hard (over)werken kan realiseren.
En dat wordt nu juist haar struikelblok bij het bereiken van haar doelen. Want als ze iets uitsluitend met hard (over)werken voor elkaar kan krijgen, dan kan elke tegenvaller de boel zo vertragen dat de deadline niet meer gehaald wordt.

 
Jijzelf kunt er heel makkelijk achter komen of een doel van jouw Presterende Ik wel of niet haalbaar is.
Voel jij je gejaagd of gehaast als jij je op een doel concentreert? Dan weet je dat jouw Presterende Ik de definitie van haalbaar wat opgerekt heeft om zo snel mogelijk na dit doel weer een ander doel te kunnen halen. En dat elke tegenvaller nu roet in het eten kan gooien, en het doel kan laten mislukken.

 
Zodra je merkt dat jouw Presterende Ik zichzelf aan het opjagen en haasten is om een bepaald doel te kunnen bereiken, wordt het tijd om meer naar 3 andere Ikken van jou te luisteren: je Harmonieuze Ik, je Genietende Ik en je Gevoelige Ik.
Jouw Harmonieuze ik wil zich graag rustig voelen: ze wil voor alles dan ook de tijd nemen die ze nodig heeft, en kan er niet tegen om opgejaagd te worden.
Jouw Genietende ik wil graag de tijd nemen om te genieten van alles wat ze aan het doen is. En jouw Gevoelige Ik wil graag de tijd en ruimte hebben om dingen vanuit haar gevoel te kunnen doen.

 
Je kunt jezelf weer kalmeren en tot rust brengen, door jouw Presterende Ik erop te wijzen dat er door haar eigen gejaagdheid en gehaast nu een mislukking op de loer ligt. En dat is het laatste wat ze wil: ze wil al haar doelen halen, en dus alleen maar successen.
Schuif de deadline vervolgens net zolang naar voren totdat jij je weer rustig en ontspannen voelt: dat is een signaal van jouw Onbewuste dat deze deadline ook haalbaar is zonder hard werken, en dus zonder gejaag en gehaast.

 
Gauw daarna zul je merken dat je Harmonieuze Ik, je Genietende Ik en je Gevoelige Ik de ruimte krijgen om zich te ontplooien.
En dat zorgt ervoor dat je innerlijke rust en plezier voelt terwijl je jouw doel aan het verwezenlijken bent, en dat je daarbij trouw aan jezelf (aan je gevoel) blijft …
 

Stel jouw Beschermende Ik gerust als ze zich weer eens op alles wil voorbereiden wat er mis kan gaan

 

 
 
Jouw Beschermende Ik wil zich graag de hele dag door veilig en zeker voelen. Daarom bereidt hij/zij zich het liefst continu voor op alles wat er mis kan gaan en op wat je dan moet doen.
Bij onbekende, onzekere, risicovolle, gevaarljke of bedreigende situaties kan dat heel handig en praktisch zijn: bijvoorbeeld een scheiding of een verbroken relatie, het zoeken van een nieuwe woning, de voorbereiding van je vakantie, financiële probemen, een reorganisatie op je werk, ontslag, een solicitatie, een conflict of een onverwachte tegenvaller.
Maar in andere situaties kan dit jou juist erg tegenhouden: je kunt moeilijk knopen doorhakken, het duurt lang voordat je in actie of in beweging komt, je voelt je voortdurend ongerust/bezorgd/onzeker/angstig/wantrouwend, je kunt niet spontaan op mensen en gebeurtenissen reageren, je voorbereiden op alle mogelijke situaties kost je teveel tijd, je ziet continu beren op de weg, je concentreert je meer op wat je niet wil dan op wat je wel wil, en je bent steeds met je aandacht bij de toekomst in plaats van bij het hier-en-nu.

 
Hier zijn 7 tips om jouw Beschermende Ik te kalmeren en gerust te stellen op de momenten dat je even geen zin hebt om je voor te bereiden op alles wat er mis kan gaan:

  1. Doorzie de keerzijde van jezelf op alles voorbereiden

    Je Beschermende Ik wil jou graag beschermen tegen alle risico’s, gevaren en bedreigingen in je buitenwereld. En dat kan hij/zij alleen maar doen als ie vooraf precies weet wat er gaat gebeuren.
    In de toekomst kijken kan ie alleen niet. En dus blijft er voor hem/haar nog maar één mogelijkheid over: vooraf alle mogelijke scenario’s doornemen en oefenen in je hoofd.
    Jezelf van te voren grondig voorbereiden op alles wat er mis kan gaan lijkt dan ook heel verstandig: het geeft jou meer bescherming, zekerheid en veiligheid. En als je jezelf van te voren maar goed voorbereid hebt op alle mogelijke scenario’s, dan kan het op het moment zelf alleen nog maar meevallen: je wordt dan niet meer verrast door welke gebeurtenis ook en je weet dan meteen wat je precies moet doen, zonder jezelf door je angst en je onzekerheid te laten verlammen.
    Tegelijkertijd er is ook een keerzijde: jezelf op alles grondig voorbereiden betekent namelijk eveneens (of misschien zelfs: juist) jezelf uitgebreid voorbereiden op de allerergste dingen, ook als de kans erop heel klein is maar de gevolgen voor jou heel groot zijn (bijvoorbeeld aanslagen). En door je de allerergste dingen, en je reacties daarop, uitgebreid voor te stellen, besef je pas echt wat er allemaal mis kan gaan. Je wordt je bewust van risico’s waar je eerst nog helemaal niet bij stil had gestaan, en ziet in hoe gevaarlijk zelfs het naar buiten gaan al kan zijn. Met als gevolg dat de ongerustheid, bezorgdheid of angst die je al voelde alleen maar groter wordt in plaats van kleiner bij het zien van al dat mogelijke onheil. En met als risico dat je het na verloop van tijd veiliger vindt om dan maar gewoon thuis te blijven, zodat je jezelf dingen gaat ontzeggen en je jezelf gaat isoleren.

  2. Doorzie de beperkingen van je verstand

    Ons verstand lijkt een ideaal hulpmiddel om ons te beschermen tegen dingen die misgaan: ze kan, zo denken we, vooraf inschatten en voorspellen wat er gaat gebeuren, een situatie op het moment zelf volledig doorzien en begrijpen, en met logisch nadenken weer grip op de situatie krijgen.
    Maar je hoeft alleen maar naar je eigen relaties en naar je eigen banen te kijken, om te zien dat er genoeg situaties zijn die we met ons verstand niet kunnen voorzien, doorzien, of waar we geen grip op hebben.
    Ons verstand kan de toekomst nooit met 100% zekerheid voorspellen, en weet nooit zeker wat zich in de binnenwereld van andere mensen afspeelt (vaak niet eens wat zich in onze eigen binnenwereld afspeelt). Hoe vaak gebeurt het dan ook niet dat een situatie toch net wat anders is dan je had verwacht?
    Daarnaast speelt er in situaties vaak zoveel, en zijn er vaak zoveel oorzaken voor een situatie (zoals een verbroken relatie), dat het een illusie is om te denken dat ons verstand een situatie volledig kan doorzien.
    Ook zijn er achteraf gezien vaak meer reacties op een situatie mogelijk dan ons verstand op het moment zelf denkt. En als we reageren op een situatie, worden we vaak beperkt door dingen waar we met ons verstand geen invloed op lijken te hebben (zoals de reacties van andere mensen).
    Bovendien, zelfs al zou ons verstand wel in staat zijn om elke situatie te voorzien, te doorzien, te begrijpen en er grip op te krijgen, dan kost dit haar nog zoveel tijd dat het vaak al te laat is. Want ons verstand moet eerst alle informatie over een situatie verzamelen, op juistheid controleren, op een rijtje zetten, vergelijken met de situatie waarop ze zich had voorbereid, de mogelijke gevolgen voor ons in kaart brengen, onze mogelijke reacties op de situatie bedenken, en beredeneren welke reactie in deze situatie het verstandigst is. Dat kan pas echt goed op het moment zelf, terwijl het in gevaarlijke of bedreigende situaties (zoals een dreigend ongeluk) juist nodig is om al in een fractie van een seconde te beslissen.
    Angst is misschien geen goede raadgever, maar de vraag is of ons verstand wel een goede (of een betere) raadgever is. Wat dat betreft kunnen we beter op onze intuïtie vertrouwen, die in een fractie van een seconde een situatie kan inschatten en inziet hoe we daar het beste op kunnen reageren. Dat is ook in wetenschappelijk onderzoek aangetoond: ons verstand is handig en praktisch voor kleine klusjes en kleine beslissingen, maar grote of ingrijpende beslissingen zoals een huis kopen kun je beter maar overlaten aan je intuïtie of je Onbewuste.

  3. Concentreer je meer op je lichaam en daarmee op het hier-en-nu

    Jouw Beschermende Ik gebruikt continu z’n verstand: hij/zij stelt zich voor wat er allemaal mis kan gaan, bedenkt wat je in die situaties allemaal kunt doen, en oefent in z’n fantasiewereld alle mogelijke scenario’s. En al dat nadenken en fantaseren vraagt veel concentratie, aandacht en energie.
    Door je op je lichaam te concentreren, blijft er minder aandacht en energie over om je op je gedachtewereld en je fantasiewereld te concentreren. En daardoor kun je minder goed fantaseren en minder goed nadenken over wat er allemaal mis kan gaan. Vooral op de momenten dat je jouw lichaam intensief gebruikt, door bijvoorbeeld te sporten, te tuinieren of te klussen.
    Door je op je lichaam te concentreren kom je ook automatisch in het hier-en-nu terecht, wat je bijvoorbeeld extra merkt als je honger of dorst hebt, of het koud hebt: je voelt de sensaties van je lichaam op het moment zelf, of je dat nou wil of niet. Terwijl jouw Beschermende Ik met z’n aandacht alleen maar bij de onzekere en onveilige toekomst is.

  4. Vertrouw meer op jouw Krachtige Ik

    Jouw Beschermende Ik heeft weinig zelfvertrouwen, en denkt dat ie niet in staat is om snel en spontaan te reageren als er iets misgaat. Hij/zij is vooral bang dat ie door z’n angst en onzekerheid verlamd raakt, dat ie niet weet wat ie op het moment zelf moet doen, en dat ie te weinig bedenktijd heeft om daar achter te komen voordat het te laat is.
    Maar net als ieder ander heb jij ook nog 8 andere Ikken, waaronder een Krachtige Ik. En jouw Krachtige Ik ziet tegenslag als een uitdaging, heeft genoeg energie en kracht om voor zichzelf op te komen, en heeft genoeg doorzettingsvermogen en daadkracht om te krijgen wat ie nodig heeft.
    Door erop te vertrouwen dat je Krachtige Ik er is op het moment dat er iets misgaat, geef je jouw Krachtige Ik de toestemming en ruimte om tevoorschijn te komen zodra dat nodig is. Zodat jij je vooraf steeds minder zorgen hoeft te maken, de noodzaak steeds meer wegvalt om je vooraf op alle mogelijke situaties voor te bereiden, en jij je steeds zelfverzekerder en sterker gaat voelen.

  5. Laat jouw Gevoelige Ik zichzelf meer uiten

    Jouw Beschermende Ik vind het moeilijk om vanuit z’n gevoel te leven en om naar z’n intuïtie te luisteren. En in plaats daarvan klampt ie zich vast aan het enige wat er dan nog overblijft: z’n verstand.
    Door jouw Gevoelige Ik meer de ruimte te geven, oftewel door meer vanuit je intuïtie en je gevoel te leven, krijgt jouw Beschermende Ik beetje bij beetje het vertrouwen dat risicovolle situaties zonder z’n verstand ook goed af kunnen lopen.
    Als je naar je intuïtie luistert, dan kom je niet gauw meer op het verkeerde moment op de verkeerde plek, en voel je meteen aan wat je het beste kunt zeggen of doen als je toch in een onveilige situatie verzeild raakt. En als je naar je gevoel luistert, dan kun je spontaan (en dus sneller) op situaties reageren en creatiever omgaan met dingen die misgaan.

  6. Luister meer naar jouw Verstandige Ik

    Jouw Verstandige Ik lijkt in twee opzichten erg op jouw Beschermende Ik. Hij/zij gebruikt vooral z’n verstand, in plaats van z’n gevoel en z’n intuïtie. Ook probeert ie van z’n onzekerheid af te komen door meer informatie te verzamelen.
    Maar er is één duidelijk en essentieel verschil. Jouw Verstandige Ik houdt zich altijd aan de feiten: hij/zij kijkt wat er feitelijk gezegd/gedaan/gebeurd is, en beredeneert met z’n logische verstand wat voor gevolgen dat voor jou heeft en wat je daaraan zou kunnen doen. Terwijl jouw Beschermende Ik door z’n onzekerheid of angst meestal overhaaste conclusies trekt (bijvoorbeeld een stok aanziet voor een slang), zelf dingen invult (“Hij/zij zal vast wel denken dat ik …”), en de neiging heeft om meteen van het ergste uit te gaan.
    Door meer naar je Verstandige Ik te luisteren kan je verstand niet meer zo erg met je op de loop gaan of op hol slaan, maak je jezelf niet onnodig ongerust/bezorgd/angstig, en bedenk je effectievere manieren om met situaties om te gaan.

  7. Geef jouw Genietende Ik meer vrijheid

    Jouw Beschermende Ik houdt zich alleen maar bezig met wat er mis kan gaan, en dus met wat ie niet wil. En kijkt steeds hoe ie weg kan blijven bij alle ervaringen die ‘m een ongerust, bezorgd, onzeker of angstig gevoel geven.
    Terwijl jouw Genietende Ik zich juist richt op wat ie wel wil, en kijkt hoe ie alle ervaringen kan opdoen die ‘m een plezierig gevoel geven.
    Als je iets niet wil, dan wil je het tegenovergestelde wel. En in plaats van jezelf alleen maar te beschermen tegen alles wat je niet wil, kun je jezelf ook helpen om alle tegenovergestelde dingen (die je juist wel wil!) te ervaren.

 

Waar het gevoel vandaan komt dat je onwelkom, ongewenst, ongewild, impopulair, onaantrekkelijk of ongeliefd bent

 

 
 
Vanaf het moment dat je geboren werd kwam je in contact met allerlei mensen om je heen.
Het kan zijn dat de mensen om je heen over het algemeen negatief reageerden op jouw aanwezigheid: ze negeerden je, namen je niet serieus, lachten je uit, bekritiseerden je, stelden hoge eisen aan je, pestten je, scholden je uit, mishandelden je geestelijk of lichamelijk, of vergrepen zich aan je. Dat gaf jou het gevoel dat je onwelkom, ongewenst, ongewild, impopulair, onaantrekkelijk of ongeliefd was. En daardoor ging je denken dat je minder waard was dan andere mensen, dat je er niet toe deed, dat je er niet mocht zijn, dat je niet jezelf mocht zijn, dat je er geen recht op had om te bestaan, of dat je er misschien maar beter niet had kunnen zijn. Met als gevolg dat je steeds meer afstandelijkheid, koelheid, kilheid, onverschilligheid, onbegrip, boosheid, haat of vijandigheid ging voelen naar jezelf en naar andere mensen toe.
Reageerden zij over het algemeen juist positief op jouw aanwezigheid, dan voelde jij je welkom, gewenst, gewild, populair, aantrekkelijk en geliefd. Je kreeg het gevoel dat je er toe deed en dat je er recht op had om te bestaan, je voelde je minstens evenveel waard als andere mensen, en je voelde warmte en genegenheid naar jezelf en naar andere mensen toe.

 
Hoe welkom, gewenst, gewild, populair, aantrekkelijk en geliefd jij je in jouw jeugd voelde, hing niet alleen af van hoe de mensen om je heen daadwerkelijk met jou omgingen, maar ook van hoe je zelf naar hun reacties op jou keek.
Zie je als persoon eerder wat er wel is, wat er goed gaat, wat de overeenkomsten zijn en wat de mogelijkheden zijn (oftewel: ben je als persoon een matcher), dan zijn je vooral de momenten opgevallen en bijgebleven waarop mensen positief op jou reageerden, en voelde jij je al gauw welkom, gewenst, gewild, populair, aantrekkelijk en geliefd.
Zie je als persoon eerder wat er niet is, wat er ontbreekt, wat fout/verkeerd/mis gaat, wat de verschillen zijn en wat de risico’s/gevaren/bedreigingen zijn (oftewel: ben je als persoon een mismatcher), dan zijn je vooral de momenten opgevallen en bijgebleven waarop mensen negatief op jou reageerden, en voelde jij je al gauw onwelkom, ongewenst, ongewild, impopulair, onaantrekkelijk of ongeliefd.

 
Daarnaast hing het ervan af hoeveel geloof je hechtte aan wat andere mensen tegen of over je zeiden, en aan wat ze met hun gedrag naar jou toe suggereerden.
Zo ziet een matcher vooral z’n eigen positieve kanten (met zelfoverschatting als valkuil), waardoor ie vanaf z’n geboorte uit zichzelf al een positiever zelfbeeld heeft, minder gauw geloof hecht aan kritiek en zich minder gauw laat ontmoedigen door de reacties van anderen.
En een mismatcher ziet vooral z’n eigen verbeterpunten (met perfectionisme als valkuil), waardoor ie vanaf z’n geboorte uit zichzelf al een minder positief zelfbeeld heeft, zich eerder kritiek persoonlijk aantrekt en zich eerder laat ontmoedigen door de reacties van anderen.
Een matcher zijn is trouwens niet beter en niet slechter dan een mismatcher zijn. Het heeft allebei haar voordelen en nadelen: zo irriteert een matcher zich minder gauw aan zichzelf en z’n omgeving, en ontdekt een mismatcher problemen en risico’s al in het stadium dat er nog iets aan gedaan kan worden.
Of je als persoon een matcher of mismatcher bent is aangeboren (net als bijvoorbeeld je geslacht): dit staat dus helemaal los van de ouders/verzorgers, de omgeving, het milieu, de cultuur, de politieke voorkeur of de levensbeschouwing waar je mee opgegroeid bent, en is dus iets wat je niet op hen kunt afschuiven..

 
Hoeveel jij er in jouw ogen in je jeugd mocht zijn bepaalt ook hoeveel je er nu in jouw ogen mag zijn als vrijgezel.
Voelde jij je toen onwelkom, ongewenst, ongewild, impopulair, onaantrekkelijk of ongeliefd, dan is de kans groot dat jij je nu ook onwelkom, ongewenst, ongewild, impopulair of ongeliefd voelt op je werk, in je woonplaats en temidden van een groep mensen. En dat je als vrijgezel nog steeds geen partner hebt gevonden, kun je dan ook als bewijs gaan zien en aanvoeren dat er iets aan jou ontbreekt en dat je ongewild, impopulair of onaantrekkelijk bent.
Want onbewust denk je bij jezelf: “Als zelfs de mensen die mij op deze wereld hebben neergezet, die dicht bij mij stonden of die mij goed kenden al niets met mij te maken wilden hebben, dan wil niemand op deze wereld iets met mij te maken hebben”.
Terwijl de mensen om je heen maar een heel klein percentage zijn van de hele wereldbevolking. De rest van de wereldbevolking ken je nog helemaal niet, en die kan er heel anders over denken. En voor hetzelfde geld waren de mensen om je heen die je getroffen hebt een uitzondering, of had je door je eigen gekleurde bril een vertekend beeld van de mensen om je heen.

 
Bovendien heeft iedereen op deze wereld evenveel bestaansrecht: anders had het leven, de natuur of het Grote Geheel niet al die moeite gedaan om ons geboren te laten worden en hadden we nooit bestaan!
Iedereen die (ooit) geboren is, heeft (of had) dus het recht om er te zijn: ongeacht hoe lang iemand leeft (of leefde), of in welke omgeving iemand geboren werd en opgegroeid is.
En iedere dag dat we weer wakker worden, vindt het leven, de natuur of het Grote Geheel ons belangrijk genoeg om ons weer een nieuwe dag te geven!